Cirkelboog

Functie

  • Lijnvormig component / stijl als cirkelboog plaatsen of een cirkelboog als onderdeel van een Polylijn (type 3 en 3+) of Veelhoek (type 4).

Component plaatsen

  • Zie de beschrijving van het commando Plaatsen component voor informatie over de componentselector en de eventuele meldingen die kunnen optreden bij het plaatsen van een component.

  • Wanneer dit commando geactiveerd wordt tijdens het invoeren van een polylijn of een veelhoek, dan wordt de cirkelboog een onderdeel van dit element. Na het invoeren van de boog kan men doorgaan met het invoeren van punten van het lijn- of vlakvormige element. In andere gevallen wordt de cirkelboog een zelfstandig lijnvormig element.

  • Voer het middelpunt (p1), het beginpunt (p2, tevens straalbepalend punt) en het eindpunt (p3) in.

  • Voordat het eindpunt ingevoerd wordt, kan de draairichting van het boogsegment worden omgezet met de Tab-toets.

Definitie en eigenschappen

  • Een cirkelboog kan voorkomen als zelfstandig element, of als onderdeel van een polylijn, veelhoek, of een lijn-, of vlakvormige componentplaatsing.

  • De verschijningsvorm wordt bepaald door de attributen van het element waarin de cirkelboog is opgenomen.

  • Als zelfstandig element is de cirkelboog een lijnvormige primitieve.

  • Een cirkelboog wordt gedefinieerd door een beginpunt, een middelpunt en een eindpunt.

  • De boog loopt van het beginpunt naar het eindpunt.

  • De draairichting (linksom of rechtsom) is tijdens het aanmaken instelbaar.

  • De straal van de boog is de afstand tussen het middelpunt en het beginpunt.

Aantal zijden

  • De eigenschap Aantal zijden bepaalt of een cirkelboog wordt beschouwd als geometrisch rond, of als een deel van een regelmatige veelhoek.

  • De waarde van deze eigenschap is een geheel getal, met een bereik van -120 tot en met 120, waarbij 0 de normale waarde is.

  • Als het aantal zijden 0, of negatief is, wordt de boog als 'echt rond' beschouwd en in plattegrondsaanzicht ook als rond afgebeeld. Bij het snappen wordt gezocht naar de loodrechte projectie op, snijpunt met en raakpunt aan de geometrische boog.

  • Het verschil tussen 0, of een bepaalde negatieve waarde voor kanten is alleen te zien in 3D-weergave en is ook alleen van belang bij het maken van een 3D model.

  • Een boog van 360° met 0 zijden wordt in 3D-weergave benaderd met 30 zijden.

  • Kleinere booghoeken worden met een evenredig kleiner aantal zijden getoond.

  • De benadering is te beïnvloeden door een negatief aantal zijden in te stellen:

    • 0 komt overeen met -30.

    • Bij -60 wordt een 360°-boog met 60 zijden afgebeeld.

    • Bij -7 wordt een 360°-boog met 7 zijden afgebeeld.

  • Verlagen van het aantal zijden is zinvol om de rekentijd bij het maken van visualisaties te verkorten, met name als er veel bogen met kleine straal voorkomen.

  • Als het aantal zijden een positief getal is, dan wordt de boog opgebouwd uit het opgegeven aantal rechte zijden.

  • Bij het snappen worden dan alle hoekpunten tussen de rechte zijden beschouwd als echt punt en wordt gezocht naar een loodrechte projectie op en snijpunt met de rechte zijden.

Opmerkingen

  • Als de invoer na twee punten wordt afgesloten met de rechter muisknop, wordt er een boog van 360º aangemaakt.

  • De maakparameter 'Aantal zijden' (in de optiebalk Elementeigenschappen) bepaalt het aantal zijden waaruit de cirkelboog wordt opgebouwd (behalve bij een component type 3+).

  • Bij het plaatsen van een component type 3+ is het ook mogelijk tijdens het invoeren van een cirkelboog de toetscombinatie Shift-Tab te geven, om de binnenkant en de buitenkant van een asymmetrische component te verwisselen.

  • Een cirkelboog in een ongelijk geschaalde type 1 componentplaatsing wordt vervormd tot een ellipsboog.

  • In dit geval wordt de figuur zowel voor het afbeelden als het snappen benaderd met rechte zijden, ongeacht of het aantal zijden groter, kleiner of gelijk aan 0 is.